Scintilla Animae

 

Osiris (O'Sirius) - 400S0205

 

 

 

 

Per-sonare #2 - 800S1004

 

 

 


Orion low rising

 

 

 

 


Venus 100S-stil

 

 

 

 

Sirius in nevel - 400S1205

 

[Uit de serie 'Scintilla animae', 2004- 2006]

 

Paradise Lost - Spiegel van een verloren paradijs...

“Sterren zijn louter hele noten. De hemel is de partituur, de mens het instrument” (Christian Morgenstern)

Het fotografische werk van Wido Blokland houdt het midden tussen nauwkeurige observatie van het heelal en de romantische, dwalende blik die nergens speciaal op gericht lijkt. Ze is nergens en overal*1). Een dromerig verwijlen, liggend op je rug in het gras, starend naar de hemel boven je. Maar juist door dit dwalen, dit nergens op gericht zijn – in deze meditatieve blik – wordt de toeschouwer terug op zichzelf geworpen; ontstaat er de subtiele nadruk en terug-verwijzing naar jezelf.

De mens staat hier centraal – niet de kosmos dáárbuiten. En hoewel hij wankelt en tuimelt, zijn evenwicht voorgoed lijkt te zijn verloren binnen de telkens kantelende horizonten, is het juist de aanwezigheid van die horizonten die de mens terug in het werk plaatst en iedere overeenkomst met de abstacte, ontmenselijkte blik van de astronomische wetenschap uitwist.

Is er hier sprake van oriëntatie of desoriëntatie op de kosmos? Ieder werk balanceert in een precair en onzeker evenwicht. Het landschap zelf vormt in zekere zin een afgrond, is uitgewist in een enkel gitzwart. “Ik ben geïnteresseerd in leegte als een positieve kwaliteit, als volle aanwezigheid, hoewel de zuigende kracht van een optisch absoluut zwart net zoals het fysiek vacuüm toch altijd een onmogelijkheid blijft”.

Toch weet de mens zich geborgen onder de haast vriendelijke sterrenpracht, geworpen in deze wereld, geconfronteerd met zijn eigen nietigheid en in wezen overgeleverd aan iets dat zoveel malen groter is dan alles wat hij ooit zal kennen, maar ook gekoesterd door het aangezicht van iets dat hij nooit zal kunnen begrijpen maar waarin hij is opgenomen en waarvan hij deel uit- maakt. Hoewel dit in principe zou kunnen gelden voor alle waarneming, vormt toch juist de aanblik van de kosmos zoiets als een blik in eigen ziel.

“Mijn hersen-activiteit is letterlijk afkomstig van electronen die de Oerknal hebben overleefd. Mijn lichaam bestaat uit koolstof-atomen van tweede-generatie sterren. Blijkt het hele idee van “identiteit”misschien een hilarische vergissing?" (W.Blokland, The Web That Has No Weaver, 2002).

Het licht dat vanuit de kosmos (24 uur per dag!) op ons neerstraalt en dat pas in maanloze heldere nachten iets van haar oorsprong onthult, is van een ongelooflijke subtiliteit en diversiteit, veel subtieler dan het licht van de zon alleen. De bundeling van duizenden  uiteenlopende lichtbronnen, feitelijk van alle tijden tegelijk, samenkomend in de lens van de camera – of liever – in de pupil van de mens, of het zonne-oog zoals Goethe het noemde, vormt welhaast een mystieke ervaring op zich.

Dat was het misschien ook wel, een oer-visioen, toen Wido Blokland op 4 jarige leeftijd door zijn vader naar buiten werd genomen achter het huis tijdens een stikdonkere maanloze nacht, en deze hem de zachte ijle gloed van de melkweg onthulde als een miljard-voudige constellatie van zonnen! Ja, het vaag-witte schijnsel bleek uit afzonderlijke sterren te bestaan, zó veel en zó ver dat zij leken samengesmolten tot één diffuus licht. Al die miljarden sterren bleken zonnen te zijn, minstens zo helder als “onze” eigen zon!! (En vormt de zon niet het grootste wezen dat de mens in zijn leven kan aanschouwen?*2) Na dit overweldigende besef “is het nooit meer helemaal goedgekomen”, aldus de kunstenaar.


Natura artis magistra

 

De nabijheid van donkere oceanen vormen de ideale lokatie voor Bloklands nachtelijke werk. “Om dit werk te kunnen maken leefde ik min of meer buiten, in alle opzichten in een directe en nauwe relatie met de elementen en de omringende natuur; de bomen, het water van de bronnen, de herten en de nachtuilen, en niet te vergeten immense stilte!” Ver weg van een technologische samenleving en lichtvervuiling.

 

De werken van Wido Blokland vertegenwoordigen in meerdere opzichten een soort 'vergeten landschappen'. Leeg-gelopen landsdelen vormen de lokatie voor een spel met leegte en volheid. De nacht vormt zowiezo dat deel van de dag dat letterlijk vaak buiten het bereik van het bewuste leven valt*3)  Vóór het technologisch-industrieel tijdperk was duisternis alles-omvattend en feitelijk de dominante werkelijkheid. Een tijd van vóór het kunstlicht is moeilijk voor te stellen, maar het duister moet een veel grotere werkelijkheid geweest zijn en daarmee de idee van de onkenbaarheid van grote delen van de werkelijkheid. Het is eigenlijk de technologisch-mechanistische revolutie van de afgelopen 100 jaar die de illusie geschapen heeft dat alles kenbaar zou zijn.

 

Retro-revolutionibus

In deze werken vormt de mens het middelpunt van een telkens wisselende kosmische aanblik temidden waarvan hij zich slechts met moeite staande houdt…

De Copernicaanse omwenteling (De Revolutionibus Orbium Coelestium), waarbij de zon als kosmisch centrum de aarde van haar plaats verdreef lijkt hier te worden teruggedraait, hoewel er toch iets wezenlijk anders aan de hand is, aangezien de aarde hier immers niet bepaald als stabiel evenwichtspunt functioneert! Maar geocentrisme en heliocentrisme hebben als lokale modellen hun essentie en betekenis allang verloren binnen de non-lokaliteit van de moderne quantum-fysica. Er lijkt in deze beelden dan ook veeleer sprake van een soort kosmische dans, zoals ook het kosmische wiel uit de Indiase en taoïstische filosofie alleen stil “staat” vanuit de positie van de naaf. De mens wordt niet gereduceerd tot een zinloos stofje in een eindeloos heelal, maar maakt  deel uit van de spil van het grote geheel aangezien de kosmos in de grond bewustzijn is! *4)

Hier geldt het “Tat Tvam Asi” (“Dat Zijt Gij”) van de Upanishads;

“Ik ben Dat , jij bent Dat, Dat is alles wat er is”.

Klinkt het Al door ons heen, dan houdt de toeschouwer op toeschouwer te zijn, maar zijn we ten volle persoon geworden.(Lt. per-sonare = doorheen klinken) Er is alleen nog maar Dat . En Dat is alles wat er is.

Dat is ook de scintilla animae, (Lat. vonk van de ziel), een term uit de alchemie die verwijst naar de goddelijke vonk in de mens, onvernietigbaar restant van zijn oorsprong en ware wezen. De term verwijst ook naar het astronomische scintillatie, dat op het twinkelen van sterren doelt vanwege de aardse dampkring.

De donkere afgrond van het lege landschap wordt een Ongrond. ( Ungrund bij Jacob Böhme) Ongrond staart ons aan. Ongrond kijkt naar Ongrond. "Ik ben geheel tot in de verste ster.*5)

Hier geldt het esoterisch adagium van Hermes Trismegistos; “zo boven, zo beneden”.

Sommige werken balanceren op de grens van wat met het blote oog nog nèt zichtbaar is, de meeste beelden nemen ons regelrecht mee in kosmische diepten die zonder optische hulpmiddelen eeuwig verborgen zouden blijven voor de mens. Verborgen werelden worden onthuld, landschap zonder grond, zonder land.

“De hemel is de mens en de mens is de hemel en alle mensen samen zijn een hemel en de hemel is niets dan een mens” werd al als citaat (afkomstig van Paracelsus) in vroeger werk door de kunstenaar gehanteerd.

De soms lange belichtingstijden creëren een bewegings-onscherpte in de lucht in de vorm van langgerekte stersporen, maar vaker in het landschap zelf als gevolg van schijnbare opheffing van de hemelbeweging door de kamera op een speciale opstelling mee te laten bewegen.

In logion 50 van het Thomas-evangelie wordt gesteld:

“Wat is het teken van Uw Vader die in u is? Zegt hun: Het is een beweging en een rust”.

Het tijdloze landschap. De tijd uitgesmeerd, stil gezet. Ontheven van de tijd. Niet te lokaliseren in tijd noch in plaats. Als we niet beter wisten, want schemert daar niet regelmatig iets door als van een mogelijk herwonnen paradijs?


© 2005


Noten:

*1) “Ergens ben ik nergens, ergens ben ik overal”, Loek Grootjans

*2) Als de zon op een afstand van 50 lichtjaar zou worden geplaatst zou hij al niet meer te zien zijn.

*3) “The night is full of secrets. She mirrors the secrets of existence. Although the night is full of “revelation”, full of clearness, she is on the periphery of our existence. She slumbers literally in the background, she is in our dreams, in our sleep. The night belongs to Lovers, the night is still and mild, full of silent promise. Night is silent presence.

Night covers us with a strange, nearly friendly, but incomprehensible greatness, while the harshness of the day constricts and reduces almost mercilessly. During the daytime we are back on earth, we are being put down on the ground again, there, where night reveals the groundless.” (Wido Blokland, Scintilla Animae, 2003)

*4)”In de kwantummechanica is materie geen inerte substantie, maar een actieve agens die aan de lopende band keuzes maakt tussen diverse alternatieven(…) Het ziet er naar uit dat bewustzijn, zoals dat tot uitdrukking komt in het vermogen tot keuzes maken, tot op zekere hoogte inherent is aan elk electron” (Freeman Dyson)

“(…) er bestaat op kosmologische schaal een volmaakt evenwicht tussen de eeuwig trillende beweging van materie op kwantumniveau en het omringende nulpuntenergie-veld. Een van de consequenties daarvan is dat we letterlijk – dus fysisch – in contact staan met de kosmos, aangezien wij met de ver  van ons verwijderde delen van de kosmos fluctuerende nulpuntenergie-velden van, nota bene, kosmische proporties delen” (Harold Puthoff)

“Tot op zekere hoogte is alle materie bewust en is geen enkel bewustzijn absoluut immaterieel. Er bestaat geen categorische scheiding tussen geest en stof”.(Alfred North Whitehead)

“Nergens ter wereld bestaat er een soort raamwerk waarbinnen wij bewustzijn in het meervoud kunnen aantreffen. Dit is iets wat we hebben bedacht vanwege de aanwezigheid van meerdere individuen en ruimte en tijd. Het is echter een onjuiste constructie (…) Het zelf-bewustzijn van de individuele participanten is numeriek identiek met zowel dat van alle andere participanten als dat van het Zelf waarvan we zouden kunnen zeggendat zij er een hogere orde van zijn”. (Erwin Schrödinger)

*5) Erik van Ruysbeek.