www.opklimmen-in-bewustzijn.nl
Rondzingen van de tijd – deel 1
1. De diagnose: ziek onder de scalp Lijdt de wereld aan een innerlijk rondzingen? Kunnen wij elkaar niet meer verstaan, ondanks of juist dankzij de vloed aan ‘data’ binnen de huidige informatie-maatschappij? Laten wij zelfs de antwoorden op pregnante vragen omtrent leven en bewustzijn maar liever over aan anderen, zoals daar zijn ‘deskundigen’? Kennis, deskundigheid, verstand van zaken hebben, is een mooi goed. Toch rijst bij nadere beschouwing al gauw de vraag: wat is zij nog waard in een tijd van collectieve informatie-overload, massa-hypnose (media) en een uitgehold kapitalistisch systeem waarbinnen de ‘deskundigheid’ zichzelf verrijkt maar waarvan tegelijkertijd de meesten slaaf zijn? Of biedt het huidige moment in de tijd, dit cruciale tijdstip binnen de menselijke en planetaire evolutie, juist een ultieme kans om de rekening op te maken van duizenden jaren van ‘beschaving’? Klinkt ergens diep vanuit de kosmische ether een indringende oproep aan ons door om juist nu de boeken op te maken, lering te willen trekken, om daarmee misschien tot de conclusie te moeten komen dat het de hoogste tijd is om op eigen benen te gaan staan, afstand te nemen van allerlei bedrieglijke vormen van deskundigheid en zogenaamd noodzakelijke autoriteit, om nu eindelijk eens zélf deskundig te worden, soeverein, heel, vrij, slechts verbonden met en door de totaliteit van leven en kosmos?
Verlies aan deskundigheid Het klassieke opdreunen van tafels en eindeloos schoonschrijven is weliswaar vervangen door pedagogische spellletjes met plaatjes erbij, iedere wiskundesom binnen het middelbaar onderwijs opgeleukt tegen een ‘praktische’ achtergrond om haar toepasbaarheid te suggereren, feit is echter dat het met die toepasbaarheid droevig gesteld is, door Michael Moore in diens film “Kapitalism, a love story” (2009) op schokkende wijze aangetoond. Begaafde jongeren die uitblinken in wiskunde, kunnen na hun doctoraat een baan vinden in het bankwezen of bij Wallstreet, om door middel van geavanceerde formules datgene wat voorheen nog illegaal was, binnen het domein der legaliteit te trekken, zodat nóg slimmer geld verdiend kan worden met stock-opties, beleggingen, woekerrentes, pensioenfondsen en investeringen in oorlog. Waarom wordt aan onze jongeren op school zo weinig geleerd van de schoonheid en universaliteit van het getal Pi, de Phi-ratio of de reeks van Fibonacci en de innige relaties tussen natuur, muziek en geometrie, om maar iets wiskundigs te noemen, hoewel ik moet toegeven dat het daar in eerste instantie niet erg naar klinkt.
Wereldburger
De huidige mens is niet alleen onkundig geworden als het erom gaat een nieuwe stekker aan een snoer te zetten (de meeste stekkers zijn ‘gevulkaniseerd’ en kunnen niet eens worden gemonteerd of gedemonteerd), - hij is langzaamaan onkundig op ieder gebied, behalve natuurlijk als het gaat om de beheersing van Excel, Powerpoint, Auto-Cad of de instellingen van zijn cruise-control, GPS, iPhone en iPad (deze laatste doet het tegenwoordig ook leuk op scholen voor de tekenles; goed voor de ontwikkeling van de motoriek en creativiteit). De moderne mens weet niet meer wat hij eet of drinkt, hij denkt even fragmentarisch en onsamenhangend als de berichtgeving in de media, praat en gaat gekleed als de fetisjen van TV en billboards, doet wat hij geacht wordt te doen, gaat ter werke en ter kerke (gokpaleis, optiebeurs, uitmarkt of WK), betaalt zijn rekeningen en hypotheek, maait wekelijks het gazon, ontspant op gezette tijden in sportschool of recreatiepark, maar van binnen heerst een schrijnende leegte. Innerlijk verdoold, de geest verknipt, het denken verward, het gevoel afgestompt en de ziel schreit voort. De huidige mens houdt zichzelf eindeloos voor de gek, meent nog steeds over alles mee te kunnen en vooral móeten praten, want wie geen mening heeft, telt niet mee in een mondige, mondaine, mondiale wereld. Een hele mond vol. De schreeuwerige media en politiek vormen in wezen de veruitwendiging van een innerlijke onrust die zichzelf wanhopig ervan probeert te overtuigen een moderne, zelfbewuste wereldburger te zijn.
De vervanging van waarheid door het geloof in wetenschap en techniek
Waarheid is in onze tijd een begrip geworden dat tot het domein van wetenschap gerekend wordt. Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
De Tao kan alleen door eigen ervaring worden gekend. De werkelijkheid van het leven bevindt zich op een strikt individueel pad dat voor iedereen uniek en daarom onnavolgbaar is. Een levend pad dat de mens alleen zelf kan gaan. Geen leraar, geen goeroe, geen deskundige kan hem daarin voorgaan. Ervaring is iets heel subtiels en beweeglijks, denken is dat niet. Denken is lineair en verloopt letterlijk rechtlijniger en daarmee hoekiger. Tao is wetenschap noch kunst, want wetenschap is een massa-fenomeen, een publiekelijk, want in wezen openbaar gebeuren. Wetenschappelijk onderzoek moet traceerbaar zijn, navolgbaar. Om controleerbaar te zijn moet de wetenschap de dingen telkens fixeren. Dat de waarheid ons juist nadert waar het mysterie (geheimenis,versluiering) gevoeld wordt, waar het leven zich in al z’n ondoorgrondelijkheid aandient, in plaats van te worden opgesloten in axioma’s, definities (Lat. de-finere=begrenzen, bepalen, beperken), paradigma’s en conclusies (Lat. con-cludere=afsluiten, opsluiten, ten einde brengen), betekent dus beslist niet dat de waarheid iets vaags en relatiefs zou zijn. Waarheid is gewoon een begrip dat in de wetenschap niet thuis hoort. Werkbaarheid oke, maar waarheid, nee, dat gaat echt te ver.
De wetenschappelijke methode
In de praktijk echter blijkt De Wetenschappelijke Methode naast de Euro en de Dollar echter nog altijd goed voor plaats drie binnen de tegenwoordige Heilige Drievuldigheid. Waar Friedrich Nietsche nog vrolijk de spot dreef met het denken van zijn tijdgenoten in diens ‘Fröhliche Wissenshaft’, nu zijn de gevolgen van de verafgoding van de imponerende resultaten van wetenschap en techniek veel gevaarlijker. Tegenwoordig zitten we opgescheept met hele eskaders levensgevaarlijke nano-technologen, gen-technologen en cyber-logen, aangestuurd en gefinancierd vanuit diverse loges, maar die ieder gevoel voor de Logos (Geest, natuurlijke orde, Kosmos) hebben verloren in hun grenzeloze speelwoede met super deeltjesversnellers die aan de lopende band micro-zwarte gaten produceren als of het niets is (European Centre for Nuclear Research, kortweg CERN). Zijn wetenschappers dan nog net zo gek als ten tijde van de eerste atoomproeven in de Stille Oceaan? Genialiteit en toerekeningsvatbaarheid gaan niet automatisch samen, net zo min als het hart op de juiste plaats dragen. Misschien is dat laatste bij veel wetenschapsmensen ook niet zo heel verwonderlijk wanneer je bedenkt dat zij vooral binnen de zône van het het cranium actief zijn.(zie Ashley:de digitale engelbewaarder*3) ‘Ziek onder hun scalp’, zo had ongetwijfeld de diagnose van Geronimo kunnen luiden. Overal zien we de rampzalige en onontkoombare uitwerking van dit langdurige aanhouden van kokervisies en blindstaren door te veel verschillend gekleurde brillenglaasjes welke allen onder de gemeenschappelijke noemer van de Wetenschappelijke Methode geschaard gaan. Voor ieder probleem, wetenschappelijk of maatschappelijk, lijkt een – aparte - specialist noodzakelijk. Overal moet eerst een deskundige bij gehaald worden, omdat niemand het blijkbaar zelf meer weet of durft te weten. Deskundigen weten het zelf ook niet meer, en vliegen elkaar steeds vaker in de haren. De moderne wetenschappelijke cultuur is een complex web geworden van vele hooggespecialiseerde disciplines, zo schrijven Christopher Knight en Alan Butler in hun studie omtrent de oorsprong van de maan. “Weinig geleerden hebben tegenwoordig de gelegenheid om het grotere geheel te zien – om patronen te vinden die onverwacht zouden kunnen bestaan als ogenschijnlijk niet met elkaar verband houdende gegevens samen worden gebracht. Men moet bedenken dat het verschil tussen een grote doorbraak en helemaal niets gewoon de invalshoek van de waarneming kan zijn” *4)
Verlies van eigen kunnen en het gevaar van deskundigheid Slechts weinigen staan stil bij wat de onvermijdelijke uitkomst van dergelijke ontwikkelingen zou kunnen zijn, wanneer wij ons bij alles in het leven blijven beroepen op de ‘enge’ deskundigheid van de specialist. Wat als de specialist het mis heeft? Wat indien hij, zonder het zelf te beseffen het slachtoffer is van zijn eigen steeds nauwer en beperkter wordende blikveld? Het reeds eerder geschetste scenario van the blind leading the blind is dan plots niet meer zo ondenkbeeldig, maar harde realiteit geworden. Wanneer we tot slot ter verduidelijking van deze stelling de blik richten op bijvoorbeeld het domein van de gezondheidszorg, dan kunnen we de al even absurde als totaal ongeloofwaardige toename van het aantal kinderen met ADHD hiervan wellicht een actueel en herkenbaar voorbeeld noemen. Wie enige distantie in acht neemt krijgt haast het gevoel hier met een moderne uitvinding van doen te hebben. ‘Deskundige’ inventiviteit dus. En omdat niemand lijkt te weten waar het werkelijk om gaat, - het predikaat ADHD is tenslotte voldoende duidelijke etikettering -, en bovendien geen mens nog bijsluiters leest, niemand tijd heeft om zich in het fenomeen werkelijk te verdiepen, laat staan in het ‘lastige’ kind, is het wel zo prettig dit aan een externe autoriteit in de vorm van een deskundige over te laten. Snel en gemakkelijk. De psychologie, die al sinds Pavlov en Adler aanzienlijk gestoeld is op natuurwetenschappelijke en mechanistische veronderstellingen, - tegenwoordig ook nog gevoed door dogma’s vanuit neurologie, pharmacie en genetica, waarbij bovendien menig wetenschapper het bewustzijn nog altijd in de hersenen hoopt aan te kunnen treffen -, raakt langzaamaan overvol van dergelijke moderne uitvindingen. Alleen al binnen het kader van dit voorbeeld, - ons denken over ziekte en gezondheid, - zien we dat het aantal diagnostiseringen alsmaar toeneemt, terwijl oplossingen en werkelijke gezondheid uitblijven. Ieder afwijkend gedrag ten opzichte van uiterst twijfelachtige normeringen lijkt te kunnen worden bestempeld als een probleem of zelfs als een ziekte, wanneer wij de ‘deskundigen’ blijven geloven.Paradoxaal genoeg neemt ondanks de vooruitgang in medische kennis het aantal zieke mensen wereldwijd dramatisch toe.*5) Ongetwijfeld mede te wijten aan zuiver technologisch en stoffelijk denken, hoewel de met deze materialistische visie samenhangende faktor van wat een enorme big bussiness genoemd mag worden, niet mag worden onderschat; wereldwijd wordt per slot van rekening het meeste geld verdient aan gezondheidszorg.*6)
2. De remedie: stilte binnen het cranium Giordano Bruno en het stilzetten van de tijd.
Is het mogelijk voor een mens om de waarheid in zichzelf te vinden? Schuilt de echte wijsheid niet gewoon in het binnenste van eigen huis, het innerlijk sanctum? Na alle fragmentatie in het denken, manipulatie van kennis, leugens binnen de wereld van media en politiek, na de meeste oorlogen ooit, gevoerd in deze tijd (…), zou het mogelijk zijn om onszelf weer enigszins bijEen te vegen? Of durft niemand hier meer openlijk in geloven? Is het überhaupt een geloof om te beweren dat alles Een is? Tijd voor integratie, reïntegratie dan wel herintegratie? Wellicht een synergetische heroriëntatie dan? Het doelloos rondzingen moet nu maar eens afgelopen zijn. Laat de wanklanken en holle echo’s van de huidige wancultuur voor eens en voor altijd verstommen. Lal en bral niet langer mee met eeuwig dezelfde gekopieerde riedeltjes, Menig mens heeft weinig meer dan een flinke kater over gehouden aan deze dolgedraaide wereld. Ontwikkel je hoogst eigen geluid, je unieke toon. Hoogste tijd voor het stilzetten van een dolgedraaide tijdklok, die allang niet synchroon meer loopt met de harmoniewetten van de kosmos. De golfstroom in de Golf van Mexico is al stilgevallen, wanneer volgen wij? Het kan en mag zo niet langer doorgaan op deze planeet. ‘Genoeg is genoeg!’, zo sprak reeds een van de grootste revolutionaire leiders aller tijden, beter bekend als ‘de’ Boeddha. Volgens de Verhevene lijdt de mensheid maar aan één ziekte; die van onwetendheid (avijja). Is een grondige Umwertung aller Werte in deze tijd nog mogelijk? Van een terra pestifera (Aarde van pestilentie) naar een terra lucida (Aarde in licht hersteld). Wat mij betreft: let’s roll!
Zo eenvoudig kan het dus ook. Op hermetische wijze en met een haast ontstellende logica nadert de 16e eeuwse filosoof, kosmoloog en mysticus Giordano Bruno de onloochenbare waarheid dat alles Een is. Mystiek wordt hier van alle mistigheid ontdaan.
De hoogste tijd om deze Italiaanse denker uit de renaissance, - door de filosoof Hegel vergeleken met een komeet die over Europa raasde -, bij de staart te grijpen en bovenal toe te passen in ons eigen leven en denken. Bruno schenkt met zijn denken aan een ieder diens goddelijke kernkracht terug, welke de mens toendertijd ontstolen was door de Kerk, en vandaag de dag ook door wetenschap, media, politiek, opvoeding en andere mindcontrol mechanismes. Aangezien alles Eén is, huist de goddelijke potentie voor alles in onszelf. Er bestaat niet zoiets als de helft van de oneindigheid. Iedere denkbeeldige helft zou eveneens volstrekt oneindig zijn. ‘Men kan geen millimeter van oneindigheid afhalen en zelfs die millimeter zou dan oneindig zijn, want er is maar één oneindigheid.’*7) Zelfs het kleinste stukje oneindigheid is en blijft oneindig! Het is door de werking van kenprocessen van het bewustzijn dat de veelvuldigheid en veelvormigheid werkzaam wordt, omdat wij nu eenmaal 3-dimensionaal denken met onze hersenen, maar oneindigheid zelf is geen verschijnsel. Oneindigheid is iets absoluuts. Oneindigheid is de oer-grond of ongrond (Ungrund). Anders geformuleerd: oneindigheid is God.
Indien alles oneindig is, is de oneindigheid letterlijk over-al. Hoewel de oneindigheid noodzakelijkerwijs geen middelpunt kent, kun je met evenveel recht stellen dat het middelpunt overal is. Dit is het werkelijk revolutionaire van Bruno: ergens ben ik nergens, ergens ben ik overal.*8)
En dat dit middelpunt werkelijk overal is… Giordano Bruno is een van de grote vertolkers van de enig werkelijke revolutie, nl. de weg naar volledige innerlijke souvereiniteit en bevrijding van alle machtsstructuren. En dat geldt niet voor Nicolaus Copernicus, wiens werk De Revolutionibus Orbium Coelestium – over de cirkelbewegingen der hemellichamen- enkele jaren voor Bruno’s geboorte in 1543 was verschenen. De ideeën van Copernicus betreffen nog altijd een eindig universum, d.w.z. een universum met een middelpunt. Niet zozeer een revolutie dus maar een verschuiving van het ene centrisme naar het andere, nl. van geocentrisme naar heliocentrisme (geo= aarde, helios=zon) Hoewel schokkend genoeg voor die tijd, en het is een wonder dat Copernicus het er levend vanaf heeft gebracht, ondanks het gegeven dat hij zijn werk pas postuum liet publiceren.
Een ander voorbeeld betreft de Soemerische kleitabletten. Zo is op een tablet met het catalogusnummer VA1243 van het Staatliches Museum te Berlijn ons zonnestelsel volledig correct en op schaal afgebeeld. In het midden de zon, met daaromheen – in de juiste volgorde en grootte – de planeten. Er is zelfs nóg een planeet weergegeven op het tablet, waarover in deze tijd nogal wat te doen is. Mogelijk is het nog slechts een korte tijdspanne van afwachten, voordat we hier allemaal meer kennis van kunnen nemen. Binnen het kader van dit artikel volstaat echter de notie van herontdekte kennis na een intermezzo van bijna 5000 jaar. De verschuiving van geocentrisme naar heliocentrisme ten tijde van de Italiaanse Renaissance was dus allerminst een nieuw idee. Bovendien lijdt de Copernicaanse gedachte zoals we zagen nog altijd aan het euvel om iets centraal te willen stellen in dit universum. In de kern nog altijd een verkapt egocentrisme. Vergelijk voor de grap de woorden ego en geo. Zij lijken toch verdacht veel op elkaar. Een egocentrisme dat de moderne wereld haar dramatisch uiterlijk heeft verleend en nog altijd werkzaam is, ondanks de explosie richting het nihilisme sinds Nietsche’s Umwertung aller Werte. Ook dat bleek geen ware revolutie, maar een verschuiving naar een andere vorm van negatief zelf-geloof, een negatieve vorm van egocentrisme. De eerdere vorm was het overbekende zonde- en schuldbesef, levend onder een toornige God. Door Nietsche, en met hem door de latere existentie-filosofie kwam daar geleidelijk een ander negatief geloof voor in de plaats, dat vrij baan heeft gegeven aan de opmars van wetenschap en de daaruit voortvloeiende technologie. De mens als (hopeloos) stofje in een doelloos heelal bestaande uit louter toevalligheden.
Wat eeuwig is, is nooit geboren en kan nooit sterven Bruno werd niet verstaan, wel gehoord en verhoord en uiteindelijk geëxecuteerd.
Waarom hebben we daar toch zo’n moeite mee? Hoe komt het dat de meesten onder ons zo sterk vast houden aan een (veelal) niet al te positief zelfbeeld? Want onder alle bravour van de wereld, onder alle vertoon, imago, status en positie schuilt juist de diepe overtuiging van het tegendeel. Het gevoel niet genoeg te zijn, zoals je bent. Niet van voldoende waarde, niet sterk genoeg, niet goed genoeg of niet mooi genoeg. Met een schier oneindig aantal varianten op dit centrale thema van een negatief zelfgeloof. Zie hier de geboorte van ogenschijnlijk volkomen ‘onschuldige’ trauma’s, die echter grote gevolgen hebben. Afgezien van expliciet traumatische ervaringen, machtsmisbruik van ouders, leraren of instituties, onverwerkte ervaringen uit vorige levens, de eindeloze doorwerkingen van reeds gestreden oorlogen en talloze andere mogelijke factoren die de mens in een gevoel van isolement, verlorenheid en afgescheidenheid werpen, ontkomt bijna niemand in zijn of haar jonge leven aan dergelijke gebeurtenissen als in bovenstaand scenario van het kind en de bank werd beschreven. De innerlijke parel
Jaques Attali was de belangrijkste adviseur van de voormalige Franse president Francois Mitterand en tevens oprichter van de ‘European Bank for Reconstruction and Development’. Een politiek top-adviseur die meer dan dertig jaar geleden de menselijke psychologie (en manipuleerbaarheid) kristalhelder doorzag en er nog openlijk over schreef ook. Eenzaamheid, zo stelt hij, is wat de mens het meeste vreest, en niet vervreemding. Op alle nivo’s tracht de mens aan de gruwelijke eenzaamheid te ontsnappen welke in essentie het gevolg is van één fundamentele misvatting; de illusie van een eigen, onafhankelijke identiteit. Ook de Amerikaanse filosoof en historicus Richard Tarnas spreekt herhaaldelijk over het gevaar dat verlies van verbinding met een bezielde totaliteit onherroepelijk met zich meebrengt.
Deze eerste laag van het ego bedekt dus de goddelijke vonk, de lichtkiem of het innerlijke licht, maar vanwege de onverdraaglijkheid van de zware last van dit negatieve zelfbeeld, deze fundamentele zelfafwijzing worden daar tegelijkertijd nieuwe, positiever bedekkingen overheen gelegd. Uit pure wanhoop zou je kunnen zeggen. Een van die lagen bestaat bijvoorbeeld uit imago; de continue vernuftigheid en alertheid van het ego dat bewaakt hoe je bij anderen overkomt. Zie ik er wel goed uit? Als ik maar aardig, slim, goed of mooi gevonden wordt. Of met wat voor soort substantie dan ook je jezelf aan meet, om ervoor te zorgen dat je een goed gevoel over je zelf kunt behouden. Een andere bedekking die ook heel goed helpt is bijvoorbeeld projektie. Niet jij hebt het gedaan, maar de ander krijgt de schuld. Niet jij bent slecht, maar de hele wereld is slecht. Dat laatste werkt gegarandeerd altijd.
Wat de mens dikwijls het meeste vreest is zijn eigen licht. We zijn bang voor onze eigen grootheid.*11)
Noten: *1) Opgenomen in: Giordano Bruno, symposionreeks nr. 11, Rozekruis Pers, 2002
©Wido Blokland, 2010
|
||